Reptielen

Reptielen, of kruipdieren, komen bijna overal ter wereld voor, behalve in heel erg koude gebieden, zoals de poolgebieden.

Reptielen zijn gewervelde dieren. Dat wil zeggen dat ze een ruggengraat en botten hebben. Ze zijn koudbloedig, want ze produceren zelf geen lichaamswarmte (zoals zoogdieren). Ze warmen zich op door te zonnebaden. Hun huid wordt beschermd door schubben.
Reptielen zijn vleeseters, maar kunnen vaak lang zonder eten. Ze houden vaak een winterslaap, in koude gebieden soms zelfs tot acht maanden!

Soorten

Er zijn bijna 10.000 soorten reptielen. En dan hebben we het nog niet eens over de dinosaurussen! Ze zien er erg verschillend uit, qua kleur, grootte en lichaamsvorm.

Tot de reptielen behoren de:
- de slangen,
- de hagedissen,
- de schildpadden en
- de krokodillen.

Reptiel of amfibie?

Reptielen en amfibieën worden vaak in een adem genoemd. Ze zijn allebei koudbloedig, maar verschillen wel erg van elkaar!

Reptielen hebben schubben en leven bijna allemaal op het land. Amfibieën hebben een dunne huid, die water en zuurstof doorlaat, en leven zowel in het water als op het land.

De eieren van amfibieën hebben een zachte schaal en worden in het water gelegd. Daaruit komen larven tevoorschijn, die later uitgroeien tot een volwassen dier. Reptieleneieren hebben een harde, leerachtige schaal en worden op het land gelegd. Uit de eieren komen volledig ontwikkelde dieren.

Tot de amfibieën horen:
- de kikkers en padden en
- de salamanders.

Onder de aandacht

Dossiers over dit onderwerp